M – Museum Leuven brengt oudste kopie van het Lam Gods voor het eerst weer samen

Dinsdag 1 oktober 2013 — De oudste en meest gekende kopie van het Lam Gods zal voor het eerst in ruim 200 jaar in haar geheel te bewonderen zijn in M – Museum Leuven. Dit van 31 oktober 2013 tot en met 23 februari 2014 in het kader van de tentoonstelling Michiel Coxcie. De Vlaamse Rafaël.

Michiel Coxcie (1499 - 1592) was één van de meest invloedrijke schilders in de Nederlanden van de zestiende eeuw.  Hij behoorde tot de favoriete schilders van Keizer Karel en klom op als hofschilder van diens zoon Filips II. In opdracht van deze laatste kopieerde Michiel Coxcie eind jaren 1550 het Lam Gods, het beroemde Gentse altaarstuk van de broers Jan en Hubert Van Eyck.

De Spaanse vorst nam het veelluik mee naar Madrid. In 1808 brachten de Fransen het naar Brussel, waar de panelen afzonderlijk werden verkocht. De panelen bevinden zich nu verspreid over verschillende Europese museumcollecties (Berlijn, München en Brussel). Speciaal voor de tentoonstelling in M worden alle overgebleven luiken voor het eerst weer samen gebracht.

Wat Michiels Coxcie’s kopie zo uitzonderlijk maakt, is dat het de oudste kopie is naar het volledige veelluik. Voor Coxcie werden er wel bepaalde panelen gekopieerd, maar zijn versie is de eerste kopie van het volledige kunstwerk. Bovendien is dit 16de-eeuwse meesterwerk een illustratie van het technische en artistieke vernuft van de renaissance-kunstenaar.

 

COXCIE'S KOPIE VAN HET LAM GODS-POLYPTIEK: ‘THE MAKING OF’  

Filips II was een verwoed verzamelaar van 15de-eeuwse Nederlandse kunst. Zo probeerde hij uit verschillende kerken in de Nederlanden prachtige altaarstukken te kopen, maar dat werd hem niet altijd toegestaan. Soms werd echter wel toestemming gegeven om een kopie te laten maken. Zo gebeurde ook met het Lam Gods-polyptiek, waarvoor Michiel Coxcie ingeschakeld werd. Hij had immers eerder al Rogier van der Weyden’s Kruisafneming voor Maria van Hongarije gekopieerd, waardoor hij een reputatie als specialist op dat gebied had opgebouwd.

Deze kopieeropdracht is één van de meest prestigieuze en tegelijk één van de best gedocumenteerde opdrachten uit Coxcie’s carrière. In 1557 verhuisde hij ervoor tijdelijk naar Gent, waar in de Vijdkapel van de Sint-Baafskerk een houten kamertje voor hem werd gemaakt zodat hij ongestoord kon werken. Bovenop de vergoedingen die hij gedurende twee jaar kreeg ter voorziening in zijn levensonderhoud, werd hem op het einde een loon van 2000 dukaten uitbetaald – een enorm bedrag. Het altaarstuk werd naar Madrid gezonden, waar het een plaats kreeg in de kapel van het Koninklijk Paleis.

 

DE PANELEN: OMZWERVINGEN

In 1808 werd het veelluik door de Fransen naar Brussel gebracht, waar de panelen afzonderlijk verkocht werden. Waarschijnlijk gingen op dat moment Coxcie’s kopieën van Adam en Eva verloren.

In 1820 werden de Maagd Maria en de Johannes de Doper aangekocht door Maximiliaan I van Beieren, waardoor ze in 1836 in de Alte Pinakothek München terechtkwamen. In 1823 werden de Aanbidding van het Lam en de God de Vader door Frederik-Willem III van Pruisen aangekocht, voor de Berlijnse Gemäldegalerie. De zijluiken - zonder Adam en Eva - kwamen via omzwervingen terecht in de collectie van Willem van Oranje en werden uiteindelijk gekocht door de Belgische Staat in 1861. Die schonk ze aan de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België te Brussel. Tot 1920 werden ze tentoongesteld in de Gentse Sint- Baafskerk ter vervanging van de originele zijluiken.

 

COXCIE ‘VERBETERT’ HET LAM GODS

Typerend voor Coxcie is dat hij zich niet profileert als een slaafs kopiist: hij voegt overal veranderingen in waardoor hij het kunstwerk aanpast aan de nieuwe tijd, stijl en opdrachtgever. Dit toont dat hij op de hoogte was van contemporaine theorieën over artistieke imitatie. Op verschillende plaatsen corrigeert hij van Eyck en steekt hij dingen in een renaissancistisch jasje. Interessant is o.a. het groepje ingevoegde portretten op het paneel van de Strijders voor het geloof. Naast de opdrachtgever Filips II en diens vader Karel V beeldt hij ook zichzelf af met een lauwerkrans.

 

MICHIEL COXCIE: WIE ?

Coxcie werd geboren rond 1499, vermoedelijk in Mechelen. Na een opleiding in het atelier van de Brusselse schilder Bernard van Orley, bracht hij een tiental jaren in Rome door. Daar verdiepte hij zich in de antieke oudheid en de kunst van de grote renaissancemeesters Rafaël, Michelangelo en Da Vinci. Terug in eigen land introduceerde hij de stijlelementen van de Italiaanse renaissance: een artistieke revolutie voor de schilderkunst van de Nederlanden. Voor opdrachtgevers in Brussel, Antwerpen en Mechelen ontwierp hij altaarstukken, glasramen en wandtapijten. Hij werd al snel één van de favoriete schilders van het Habsburgse hof.

Coxcie’s tijdgenoten inspireerden zich op zijn vernieuwende stijl en composities en ook na zijn dood keken kunstenaars (bvb. Rubens) bewonderend naar zijn oeuvre. Vandaag is de kunstenaar echter haast vergeten door het grote publiek. M – Museum Leuven brengt met de allereerste overzichtstentoonstelling Michiel Coxcie. De Vlaamse Rafaël hulde aan de veelzijdig getalenteerde kunstenaar. Naast belangrijke schilderijen van Coxcie uit de eigen collectie toont M vele bruiklenen uit grote internationale collecties (o.a. Prado Madrid, British Museum Londen, Staatliches Museen Berlijn, Rijksmuseum Amsterdam).

Curatoren: Prof. Dr. Koenraad Jonckheere, UGent  &  Dr. Peter Carpreau, M - Museum Leuven

 

MICHIEL COXCIE. De Vlaamse Rafaël

31.10.2013 tot 23.02.2014

download HR foto 1 |(c) zie bijlagen
download HR foto 2 |(c) zie bijlagen
download HR foto 3 |(c) zie bijlagen
Michiel Coxcie. De Vlaamse Rafaël, M - Museum Leuven, 2013 (c) Dirk Pauwels

Contacteer ons

Veerle Ausloos

Pers en communicatie

M - Museum Leuven

Denise Vandevoort

Voorzitter M - Schepen van cultuur Stad Leuven

Published with Prezly