De Leuvense periode van Constantin Meunier

Vrijdag 19 september 2014 — Constantin Meunier (1831-1905) is één van de grootste Belgische beeldhouwers. In 1887 werd hij leraar aan de academie van Leuven. Dit was het begin van zijn artistiek meest hoogstaande en productieve periode.  Het meesterwerk ‘Het Grauwvuur’ en zijn magnus opus ‘Het monument voor de arbeid’ ontstonden hier aan de Dijle. Van 20 september 2014 tot 11 januari 2015 belicht M zijn eerder onbekende Leuvense periode. Zijn werken, inspiratiebronnen, invloeden en een postuum museumproject komen aan bod.  

 

Beeldhouwer en schilder Constantin Meunier maakt pas laat in zijn loopbaan naam met afbeeldingen van mijnwerkers en industriearbeiders. In 1887 wordt hij leraar schilderkunst aan de academie van Leuven en het gezin verhuist pas in 1894 naar Brussel . Die Leuvense jaren zijn het begin van een nieuwe wending in Meuniers carrière. Hij legt zich opnieuw toe op de beeldhouwkunst en kent een erg productieve periode. Doordat hij nu voor het eerst in zijn leven geen financiële zorgen meer heeft, kan hij zich beter concentreren op zijn kunstenaarspraktijk.  Deze periode uit zijn carrière bleef echter lange tijd onderbelicht. Nochtans kwamen er in zijn Leuvense jaren heel wat meesterwerken tot stand. Was Leuven niet meer dan een woonplaats voor Meunier of onderging hij ook invloed van het artistieke patrimonium? 

In Meuniers werken zie je duidelijk zijn kennis van de kunstgeschiedenis en de religieuze iconografie. Het lijkt ondenkbaar dat hij tijdens zijn Leuvense periode niet in contact kwam met het kunstpatrimonium. De presentatie stelt daarom enkele mogelijke analogieën voor. Zo zijn er gelijkenissen tussen Meuniers De Vruchtbaarheid en Joos van Cleves De heilige maagd en het kind Jezus of tussen De Puddler en de middeleeuwse iconografie van Christus op de koude steen.  Een van de blikvangers is de originele plaaster van Het Grauwvuur.  De mijnramp in Quaregnon op 4 maart 1887 is de aanleiding van het werk. Het beeld toont namelijk een moeder die haar dode zoon terugvindt tussen de lijken van de mijnwerker. Meunier verheft een nieuwsfeit tot een universeel beeld. Hiervoor werkt hij het tafereel uit als een piëta, waarbij het verdriet van een moeder bij het verlies van een kind aangrijpend uitgewerkt is. 

Constantin Meuniers invloed op anderen komt ook aan bod, zoals die op zijn zoon Karl Meunier. In Karls werk De strijksters is er een zichtbare evolutie van het realisme van zijn vader naar een meer impressionistische en luministische stijl. Daarnaast wordt ook het werk van Constantins favoriete leerling, Alfred Delaunois, gepresenteerd. Ten slotte komt ook het project van een openluchtmuseum voor Meunier aan bod. De stad en de universiteit van Leuven wilden destijds een beeldenpark oprichten, van het Ladeuzeplein tot in het stadspark. Dit posthume project werd door het uitbreken van de oorlog nooit uitgevoerd, maar de plannen hiervan spreken des te meer tot de verbeelding.

 

De tentoonstelling kwam tot stand in samenwerking met KMSKB

Van 20.09.2014 t.e.m. 11.01.2015 kun  je in het KMSKB in Brussel terecht voor de eerste overzichtstentoonstelling van het werk van Constantin Meunier. Meer info vind je op www.expo-meunier.be

Joos van Cleve, De heilige maagd en het kind Jezus, 1485-1540, paneel (c) M – Museum Leuven
Karl Meunier, Strijksters, olie op doek, 1884 (c) M – Museum Leuven
Constantin Meunier, Het grauwvuur, 1890, gebronzeerd gips (c) M – Museum Leuven
Constantin Meunier, De verloren zoon, 1892, gebronzeerd gips (c) M – Museum Leuven
Links: Constantin Meunier, De vruchtbaarheid, ca. 1905, gips, (c) M – Museum Leuven<br/>Rechts:  Joos van Cleve, De heilige maagd en het kind Jezus, 1485-1540, paneel (c) M – Museum Leuven

Contacteer ons

Denise Vandevoort

Voorzitter M - Museum Leuven en schepen van cultuur

Published with Prezly